Content

De handtas van een vrouw is een schatkist, of een vuilnisbelt zo u wil. Kunstenaars genoeg die mijmeren over de inhoud, alsof deze iets zou prijsgeven over de persoonlijkheid van de draagster. Toon mij uw handtas en ik zeg u wie u bent, belachelijk, toch? ’fin, aangezien ik enorm lange dagen en nachten maak, vond ik het wel tijd om een easy peasy first spring breezy blogberichtje te posten. De discussie uit de weg gaande kan de inhoud van mijn handtas dus perfect onder het dagthema “weg met zelfcensuur”. Toegegeven, origineel is het idee niet, maar wieweet vindt u het confronterend.

Brufen, cetirizine, deodorant, handcreme, blarenplijsters

Lipstain, lipstick (2), lippenbalsem, concealer, nagellak (5), nagelverzorging, tandenborstel, zakspiegeltje, parfum, mascara Weet dat in mijn bureaulade nog 2 gezichtscrèmes, 3 nagellakjes en een bodylotion liggen.

zonnebril, fototoestel, iPod, poetsdoekjes laptopscherm, blackberrylader, iPodkabel

portefeuille, sleutelbos, muntjes, balpen, kleingeld, halsketting

persmappen en -berichten

sneakers, muts. En dan had u geluk dat ik mijn eeuwige paar reservepanties gisteren heb moeten gebruiken.

Oude treintickets, zakdoekjes, haarspeldjes, parfumstaaltjes, dopjes van bics en usbsticks, papiertje van een vroeg paasei en de gebruikelijke papieren onzin

Ontbreken op deze foto’s: Moleskine notebook (bij stagiair) en m’n Blackberry, waarmee ik deze gruwelijke foto’s trok.

Let wel; de inhoud van mijn handtas verschilt uiteraard van dag tot dag, al is bovenstaande redelijk permanent.

 

 

Gevoelens

Welaan dan. U zal mij zelden feministische prietpraat horen verkopen, thans niet het soort waarbij beweerd wordt dat meisjes te allen tijde aan de top moeten doorbrengen. Soms vind ik het aangenaam toeven in de stofwolk die mannen voor mij achterlaten. Bref, ik wil dus gerust wassen, plassen, strijken en geluidloos zeiken voor mijn lief zonder dat daar per sé iets tegenover hoeft te staan. Als hij echter wil eten ’s avonds zal hij dat zelf mogen bereiden, al  heeft dat hier eerder met onkunde dan met onwil te maken.

Andere alinea, ander paar mouwen. Hier volgt iets waar ik als vrouw wél van kook. Toen ik dinsdagavond over de Rooseveltplaats naar huis wandelde vond wat getuigte het nodig tegen me op te botsen en van de gelegenheid gebruik te maken om eens te flink te knijpen. Là-en-haute et là-en-derrière. Als nuffige oude dametjes die op de markt een paprika betasten omdat dat in hun tijd dé manier was om zeker te weten dat de groentenboer hen geen kat in de zak verkocht, vonden deze jongemannen het even normaal hun katjes -een Katrin in dit geval- in het donker te knijpen. Met de arrogantie en de vanzelfsprekendheid die bij achttienjarige jongens gangbaar is plaatsten ze hun handen op mijn verboden vruchten waar ik bij mijn weten niet mee leurde. Want dat krijgen wij vrouwen natuurlijk te horen. Dat we zulks gedrag uitlokken door te korte rokjes of te hoge hakken. Nu kleed ik mij –denk ik- niet als een Jezebel en mijn lichaam is evenmin zo onweerstaanbaar dat uw poten er niet vanaf kunnen blijven. Dat ik het zelf gezocht had omdat ik nu eenmaal na zonsondergang in Die Buurt vertoefde is voor mij evenmin een excuus. Het zou niet normaal moeten zijn dat mensen zich in hun eigen stad en eigen lichaam onveilig voelen.

Natuurlijk heb ik na enkele jaren grootstad de nodige iPods vrijwillig afgegeven onder bedreiging van een sleutelbos, maar dat vond ik minder verwerpelijk. Ik baalde telkens, dat wel, maar nu voelde ik me vies, vuil en vernederd. Ik werd geboetseerd als lauwwarme klei, uitgeperst als een beurse pompelmoes, uitgewrongen al ware ik niet meer of niet minder dan een bevallige schotelvod die daar net voor het grijpen lag. En dat, schabouw’lijk schorriemorrie, duld ik niet. Want misschien was ik op dat moment nog te verbouwereerd om te reageren; wat had u nu werkelijk gedacht? Dat ik zou bezwijken onder uw tedere aanrakingen en gewillig mee zou gaan naar uw tochtige jongensslaapkamer? Of beter, dat ik ter plekke op mijn knieën zou zijgen en u de tijd van uw leven zou bezorgen? Dat ik nederig “dankjewel” zou prevelen omdat u mij uit alle pendelaars had uitgekozen? 

Ik wens u al het beste; een hardnekkige dosis schaamluis en een onbedwingbare seksuele voorkeur voor potige basketbalspelers. Want uitschot als u verdient een kaakprothese.

 

aangezien ik het soort wijf ben dat overal wel een mening over heeft heb ik er zelfs een speciale categorie voor: Ranting.

Bekentenis van een zondagskind

Schrijven over m’n kleine kantjes heeft me nooit afgeschrikt. Mijn mislukte dieetpogingen, mijn twijfelachtige muzieksmaak en mijn katerig geraaskal liet ik sans gêne los in de digitale wereld waarin ik enkele bytes lang de opperdwerg mocht zijn. Niet dat ik er spijt van heb. Bovenstaande ranzigheden hebben me namelijk een schare followers opgeleverd, en zelfs in het echte leven heb ik wat enkelingen gevonden die deze mindere kantjes van mij konden omarmen – of op z’n minst over het hoofd wilden zien. Ja lui, ik ben een van die mensen die gezegend is met een geweldig lief, een hechte familie en een crème van een vriendenkring om me heen.

Gedurende het jaar dat ik van uw scherm verdween heb ik een onderscheiding op mijn master behaald, een thesis ingediend, columns mogen pennen, kunnen schrijven voor wat heet ‘de kwaliteitskrant’ en twee weken geleden rijfde ik mijn droomjob binnen… Het lijkt alsof mijn leven de laatste tijd mijn favoriet adjectief (glorieus, nvdr) met zich meedraagt, en misschien is dat wel de reden voor mijn afwezigheid. Net als mijn kameraden Robert Smith en Jotie ’T Hooft  is miserie voor mij de ultieme voedingsbodem van creativiteit. Werkelijk, allitererend klagen is een discipline waar ik nu alvast het alleenrecht voor opeis.

Nochtans heb ik al flink mijn best gedaan om mijn leven naar de zogenaamde sjokkedeizen te helpen. Ik heb gelogen en bedrogen, gezopen en gezwolgen, ik overdoseerde, discrimineerde en dramatiseerde. Ik verloor mezelf in uitstelgedrag en drinkgelag, ik jankte, schreeuwde en brulde tot Karma me eindelijk die welverdiende schop onder de kont zou komen geven.  En jawel, ik heb mijn tikken gehad, maar afgezien van enkele levenslessen heb ik er niet veel nijver uit gehaald. Lees verder

De Trein Der Vaagheid

Het lijkt wel alsof openbaar vervoerden alle ethische en hygiënische gedragscodes aan hun toch al besmeurde laars lappen.

Desondanks de goedbedoelde briefjes in de treinwagons slaagt er menig medereiziger in mij voor de rest van de rit te degouteren waardoor ik met een wee gevoel in mijn maag en een totaal gebrek aan liefde voor het menselijk ras op mijn bestemming aankom. Aangezien België ongeveer drie piskilometers breed is duurt de langste treinrit zo’n tweeënhalf uur. Niet bijster lang wanneer u dit doorbrengt in het gezelschap van een ice tea green en een goed boek lijkt me, en allerminst het excuus om alle remmen maar even los te laten.

De reden voor deze inderhaast op mn smartphone getypte blogpost is de luide boer die ik daarnet op de IC-trein Brussel-Tongeren mocht aanhoren. De dader was een allerschattigst oud mannetje dat misschien inderdaad gezien zijn leeftijd zijn lichamelijke functies niet meer helemaal onder controle had, maar het je m’en foustisme op zijn gezicht en dat van zijn vrouw heeft me compleet verbouwereerd in mijn stoel achtergelaten. Moest ik 78 zijn en mijn blaas zou het nodig vinden zich even te legen op een openbaar bankstel zou ik me op zn minst met een rood hoofd excuseren. Voor Fons bleek dat echter een no-go, al zeg ik niet dat hij trots was op de decibels die hij had geproduceerd. Hij friemelde aan zijn veston en was dankbaar dat niemand behalve een of ander gewijfte van 24 (ik dus) geschrokken zijn kant op keek.

De pendelaars zijn het ondertussen al gewoon denk ik, de beestenwagons van de NMBS en DeLijn. Arabieren die luid telefoneren, tienermeisjes die over blowjobs praten, een ambtenaar die continu luid zijn neus ophaalt of de moddervette vriendinnenclub die stinkt naar zweet en sigaretten. Net als de dagelijkse vertragingen wil ik dit niet meer vanzelfsprekend vinden. Als ik reis, doe ik dat in stijl. D’accord, ik walm soms nog naar de alcohol van de dag ervoor, maar ik zorg er dan op zn minst voor dat ik een aangenaam decoleté heb. Het leven draait op geven en nemen, en wanneer u ervoor kiest de lucht en mijn humeur te verzuren dan moet u mij daar op zn minst iets voor in de plaats geven. Het recht op een hautaine blik is dan wel het minste.

Dus vooraleer alles uw spuitgaten uitloopt en we met zn allen met kak naar elkaar beginnen smijten roep ik u allen eigenlijk met drang op uw beestig hippiegedrag thuis te laten wanneer u zich in het openbaar begeeft. Ik en mijn bloeddruk zullen u dankbaar zijn.

crack whores

In een wereld waar iedereen naar het “juiste” gezicht en het “juiste” lichaam streeft woekert al even een nieuwe trend. De imperfectie als perfectie. Vooraleer u allemaal uw uitgroei laat uitgroeien en aan uw puisten gaat pulken kan u maar beter eerst even luisteren naar deze ugly duckling. Een slechte huid, gele tanden of een bochel worden nog steeds universeel als lelijk beschouwd, maar op vele vlakken mag u tegenwoordig uw wat mindere kantjes omhelzen.

Het lijkt alsof de mode-industrie beseft heeft dat ze er met haar veeleisendheid de laatste jaren is over gegaan. Berichten over modellen die stierven van de honger of die hun lever kapot maakten met de verplichte Roacutane waren niet weg te denken uit de lifestylekaternen van de krant, en jonge meisjes huilden zich de ogen uit boven gephotoshopte kiekjes van Adriana Lima en Gisele Bündchen. Wellicht hebt u zélf al menig tube foundation tegen de spiegel gekeild en bent u en crise op de badkamervloer in elkaar gezakt. Moeder of die deugdzame vriendin gaf u dan een schouderklopje en sprak over onrealistische verwachtingen: de mode-industrie was de boosdoener en Karl Lagerfeld de vleesgeworden duivel.

Imperfection is beauty, madness is genius and it’s better to be absolutely ridiculous than absolutely boring
(Marilyn Monroe)

Er zijn ongetwijfeld pagina’s volgeblogd over Miuccia die het plots nodig vond volluptueuzere modellen de catwalk op te sturen en ik heb zelf ook al genoeg gememd over te dik of te dun zijn voor haute couture. Aangezien ik, los van mijn haat voor alles hippo, niet een van die mensen wil zijn met een stokpaardje, richt ik mijn FakePlastic Rant op al die modellen die het laatste jaar covers en grote printcampagnes halen alsof het niets is, terwijl ze gediend zijn van een toch wel niet het minst subtiel te noemen spleetje tussen de tanden. Het idee dat een klein schoonheidsfoutje net de perfectie accentueert is niet nieuw, en vooral in de schilderkunst werd er al vaak mee geëxperimenteerd. Ook  Madonna en Brigitte Bardot wonden met hun “crevice dentale” al menig man rond hun vinger, al moet u niet proberen zich dat voor te stellen. Modellen Lara Stone, Georgia Jagger, Keke Lindgard en Jess Hart echter brengen de term “spleetje” naar een ander, postnataal level. 

Voor u mij stenigt: ik ben gek op schoonheid met een hoek af. Niet overdreven, maar voor mijn part mag er best wel iets mankeren aan een model, zolang de neus en de kaaklijn maar strak en recht zijn. Bovendien vind ik het gebit à la Mme Paradis-Depp wel best beminnelijk,  maar u kan me geen ongelijk geven dat sommige van bovengenoemde modellen makkelijk een bijbaantje als tramspoor zouden kunnen vinden met hun geul. Het is een tikkel overdreven, en de hype die errond bestaat stimuleert de hang naar de (imperfecte) perfectie nog meer. Ik maak geen grap wanneer ik u digitaal meedeel dat tandartsen aller landen de vraag naar een beugel die een spleetje tussen de voortanden creëert niet bij kunnen houden. Wanneer ik zoiets lees rijst bij mij de vraag of deze hele “revolutie” wel zo positief te noemen valt.

Bref: als straks de scheve knobbelneus mode wordt, gaan we dan met zijn allen op elkaars smoelwerk slaan? Ik stel me alvast kandidaat.

The calendar hung itself

Soms wou ik dat ik deel uitmaakte van een of andere negerstam waar je succes en dominantie afhankelijk is van hoe ver je een straal bloed uit je neus kan spuiten. De druk van de maatschappij weegt me af en toe te veel, en waar het vroeger hip en trendy was om “fuck authority” op je rugzak te tippexen ben je nu een complete lowlife als je maar een enkel diploma, een so-so job en een vijftal vrienden hebt.

Let wel, mijn muizenissen zijn slechts een bijkomstigheid van mijn handicap: ambitie. Aangezien ik nooit meer dan één doel in mijn leven heb gehad zou het dan ook bijzonder schrijnend zijn moest ik net dat doel niet halen. Jammergenoeg komt mijn diepe verlangen naar “het maken” niet in een duopack met streberigheid. D’accord, ik schrijf naast mijn studie af en toe dingetjes voor bepaalde krantjes en magazines, maar dat is meer uit ijdelheid dan wat anders. Papers, examens, opdrachten, ik slaag er steevast in hen te negeren tot op het allerlaatste moment. De klokt tikt, de fles klokt, mijn hoofd bonst. Ik flirt met deadlines al ware ik Christiane F. die een gratis shot heeft gespot, en dartel steevast met verhoogde hakken en hartslag door het leven. (Goed voor de lijn zou u denken, maar stress is de grootste dikmaker van deze tijd.)

Aangezien ik een sortement systeem in de chaos moet vinden hou ik dag en nacht lijstjes bij. Letterlijk. Ik sta er soms zelfs voor op,  en bijna al mijn handtassen puilen uit met papieren zakdoekjes waarop wensen, dromen, telefoonnummers, to-do’s, doo-waps en dates  worden neergekribbeld alsof ze gelijkgesteld zijn aan “pasta kopen!”. Wat me eraan doet denken dat ik dringend weer eens koolhydraten uit mn voeding moet schrappen.

Als een hamster op amfetamine knaag ik mezelf door een stapel van moetens, overgoten met paniekerige tranen en goedkope rode wijn. Diëten, sporten, contact houden, contacten leggen, aan cultuur doen, een hobby hebben, bloggen, belezen blijven, méé zijn, ìn zijn, ontspannen. De zogenaamde sleutels naar het geluk volgens menig wijvenblad zijn slechts haastig neergetokkelde trefwoorden die als zwaarden van Damcoles meerdere malen per dag op me inhakken en me murw geslagen achterlaten. I don’t know why i smoke, but i drink to get drunk schijnt mijn escapistisch elan samen te vatten, al heb ik al jaren niets meer op met sigaretten.

 Alcohol is mijn persoonlijke prozac, en de keren dat ik compleet opgefokt thuiskwam en verkondigde dat ik “vanavond moet gaan zuipen” omdat ik het niet meer trek zijn niet meer op pianosnaren te tellen. Ik heb het geluk dat mijn huisgenote nu ongeveer eenzelfde doorzopen existentiële crisis doormaakt, of ik had “excuses aanbieden voor nachtlawaai” ook nog op mn lijstje staan. Met alcohol tikt de klok minder snel, maar de deadlines die zijn er nog wel; u begrijpt wellicht ook wel dat dit een vicieuze cirkel en geen Clouseaunummer is.

Deze blog bijhouden alleen al was als een molensteen rond mijn nek. Plots hebben enkele van mijn fijnbepende klasgenoten het internet ontdekt en zijn ze massaal aan het bloggen geslagen alsof het hun enige reddingsboei is in een zee van dobberende journalistiekstudentes die schreeuwen om een opdracht. Wellicht is dat in dit tijdperk ook zo. De strijd om als eerste op de frontpage van wordpress te staan was nooit iets waar ik mij mee bezighield, maar plots was je blog niet geslaagd als je tenminste niet meedingde naar deze dubieuze eer. Bovendien had ik er geen tijd meer voor, maakte ik mezelf wijs. Bijgevolg smeet ik mijn handdoek in de ring en mijn schrijfsels in een mapje op mijn bureaublad. FakePlasticByebye.

Gelukkig voor jullie ben ik een ijdele trut, dus ziehier mijn wederopstanding. Niet voor de statistieken, niet omdat plots iedereen het doet en zelfs niet voor jullie, al stelde ik de “ik mis fpr-berichtjes” in mijn message-box echt op prijs.

Bovendien moet ik maar eens stoppen met jammeren, i’m doing pretty damn fine. En dat  diëten, sporten, contact houden, contacten leggen, aan cultuur doen, een hobby hebben, bloggen, belezen blijven, méé zijn, ìn zijn en ontspannen doe ik vanzelf wel, al is het op mijn eigen chaotische manier. Met mijn haar in de war, mn hand op mn hart en de klok weer op A.M. Hoe ik het allemaal klaarspeel? That’s one secret I’ll never tell.

You know you love me

xoxo

Duizend bommen en grenades

Reverze, het mekka voor de versgelakte en felgeklakte medemens. Al van zeven uur ‘s avonds staan ze aan te schuiven voor de deuren van het -hoe kan het ook anders- Antwerpse Sportpaleis. En sporten, dat zullen ze zeker. Op meer dan zeventig dj’s zullen deze vriendelijke johnen tot 7h ‘s ochtends de vloerborden doen trillen. 

Als u zich nu afvraagt wat ik in hemelsnaam in dat hellehol te doen heb gehad dan hebt u mijn blogs niet met de nodige aandacht gelezen. Ik werk als bar- en promomeisje voor een eventbureau dat mij naar alle uithoeken van het land stuurt. Van hondenshows naar de Eroticabeurs, van Laundry Day naar Bassleader, en nu dus ook Reverze.

Het lijkt alsof iemand een maand lang Jersey Shore verslonden heeft en hier de restanten uitbraakte. Hoog haar, feloranje make-up, airmaxen, het obligate petje en shortjes met in strass een woord dat ik persoonlijk niet met mijn derriere zou willen vereenzelvigen. Tant pis, pour les filles la même chose. Ze fistpumpen alsof ze eigenhandig het gat in de ozonlaag groter willen maken en hippen rond als geconstipeerde mussen. Een enkeling besluit om tien uur dat het genoeg geweest is en legt zich te rusten in een plasje (eigen?) braaksel. Die van het Rode Kruis stonden erbij en keken ernaar.

Skinheads stroomden af en aan voor wat zij noemden ‘”veel te duur piswater” waarop mijn Zimbabwaanse collega van schrik onder de toog kroop. Ze maalden met hun tanden de binnenkant van hun wangen aan flarden en staarden met de blik van een pitbull die net een gewond konijntje spotte in de leegte. Nu moet ik zeggen dat sommige grieten er inderdaad wel uitzagen als roadkill, of op zn minst iets van de weg hadden geschraapt om het aan hun toch al torenhoge kapsel te spelden, maar dat wil niet zeggen dat ze deze agressieve lullen verdienden.

Ik moet het hen echter wel nageven, de johnen en marina’s van de eenentwintigste eeuw (nu kortweg guido of guidettes genoemd): om zeven uur ‘s ochtends stonden ze nog steeds te gààn! Als taaldeskundigen zich over voorbije werkwoordcombinatie buigen zullen ze even verbouwereerd zijn als ik toen ik om half acht ‘s ochtends met borstels de feestvierders moest buitenjagen. Enkele vriendelijke neonazi’s hielpen verwoed mee de losse flesjes in vuilniszakken te steken terwijl de rest ons een prettige opruim toewenste. Something ’bout those little pills..

Paint it M.A.C

Afgunst is het nichtje van hebberigheid, en ik wil nu eenmaal een zo mooi mogelijk smoelwerk. Ik kom ervoor uit: ik ben zo vreselijk jaloers op mijn vriendinnen die met make-up overweg kunnen. Zo is er @isabelleminnebo die haar gezicht met behulp van MAC zo kan sculpten en schaduwen dat ze er slavische junkbeenderen van krijgt, terwijl  @avaneech haar toch al grote bruine reeënogen nog eens extra laat knallen. En ik? Ik kan niets. Uiteraard ben ik geen complete nul; ik kan best overweg met een mascaraborsteltje en concealer, maar daar stopt het. Ik ben gelukkig gezegend met een redelijk mooie huid, een kleine rechte neus en grote ogen, maar er moet meer mogelijk zijn! Ik vraag me vaak af hoeveel mooier, mysterieuzer, gesofiscticeerder of bruutweg vrouwelijker ik er zou uitzien als ik me (professioneel) kon opmaken. maar dan denk ik aan alle kosten en alle tijd die erin kruipt en plof ik gillend met mijn hoofd in een chocoladetaart. (Niet heus, maar uw mentale gif hiervan is vast goud waard!)

 Mijn beste vriendinnen hebben voor honderden euro’s in hun make-uptasje zitten, allemaal potjes en tubetjes en smeersels die noodzakelijk zijn voor het perfectioneren van hun look. Niet iedere dag natuurlijk, maar als ze ervoor gaan, gààn ze er ook voor. De tijd die ik spendeer aan het hysterisch rondrennen, op zoek naar een kledingstuk in mijn kast dat a) nog niet naar rook stinkt b) mij slanker maakt c) genoeg been laat zien spenderen zij aan een minitieus aangebrachte basecoat. Vraag me niet het proces uit te leggen want het zou me met de beste wil van de wereld niet lukken. Dus heb ik me op een dag voor een youtubetutorial gezet die me zou leren hoe ik “vorm” aan mijn gezicht moet geven.

Vooreerst ben ik er nog niet in geslaagd het filmpje uit te kijken, mede omdat er veel leukere youtubefilmpjes bestaan, maar ik heb besloten dat ik Meer Vrouw moet worden. En dus zal ik ooit, op een lentedag mijn stoute schoenen (synoniem voor hoge hakken) aantrekken en naar de dichtstbijzijnde MAC heupwiegen. Voor zestig eurie maken ze je daar professioneel op, geven ze je make-up advies en kan je voor die zestig euro aan producten kiezen. Kàn alleen maar goed aflopen, nee? Het moet maar eens gedaan zijn met mijn huidige look, die er in de semestriële vakantie niet beter op is geworden.

Na een weekje in de Franse Savoie heeft de gezonde buitenlucht mij nochtans “deugd gedaan”, zou menig oma zeggen. Zeven dagen verlost van sigarettenrook, alcoholwalmen, VUB-kantinecosmos en openbaar vervoerde lucht heeft een vrolijke blos op mijn wangen getoverd en mijn neus een tikkeltje bruiner gekleurd. Allemaal heel schattig, bien sur, maar in the city life kom je met zo’n look niet meer weg. De frisse boerendochter is immers passé, tenzij iemand nog iets gemolken moet hebben?

Bloody Valentine

Beereke, scheetje, mushi, lieverd, kroelkopje. Het is Valentijn en menig gemelkmuilde bijnaam wordt vandaag de dag inderhaast op een hallmark gekrabbeld. Petoeterke, framboosje, poezewoefke. De bijnaam verklaart zichzelf: het is een naam naast het dagdagelijkse etiket waarmee u door het leven moet, vaak gegeven door fervente voor en/of tegenstanders. Wie geluk heeft krijgt nog een ietwat persoonlijk troetelwoordje, maar de meesten moeten het stellen met het gedoodverfde “schat”.

“Darling, is dat een steenpuist of een aambei?”. Toegegeven, een bijnaam geeft iedere dagdagelijkse zin net dat ietsje liederlijkheid, en sommigen zullen zich best gevleid voelen wanneer hun hartendief tijdens het oorknabbelen enkele poeslieve naampjes naar binnen lispelt, maar de gemakzucht hiervan valt niet te onderschatten. Niet ieder stuk onbenul vindt het of u immers de moeite waard een echte naam te onthouden, en zo is een rits troetelwoordjes nog het gemakkelijkste. Nu moet u het niet op een krijsen zetten wanneer uw borden-ontwijkende-partner u liefdevol toespreekt, maar maar als hij zijn exen ook steevast “poepie” noemde zit daar zeker een luchtje aan.

Dit volstrekte gebrek aan veelzijdigheid zorgt tijdens veel Valentijnsacties voor problemen lijkt me. Zo ook bij De Lijn, het vervoersbedrijf dat het liefdesbootje niet aan zich voorbij wil laten gaan. “Sms uw liefdesboodschap naar willekeurig getal en verras je liefste met een berichtje op zijn vaste tram of bus”. Knappe marketing, al vraag ik me af of ‘Binkie’ zijn “poezeke” wel zal herkennen tussen alle andere kroelende liefdeskrabbels.

DE Valentijnsboodschap die mij tot tranen toe roerde en werkelijk mijn dag maakte was te vinden in de Kiss&Ride-rubriek van het gratis Metrokrantje. Het vermakelijke berichtje was afkomstig van iemand’s “dikke vette marmot” en is ideaal om deze Valentijnsblog mee af te sluiten:

Mijn zoetje; het is nu elf jaar geleden dat jij voor de eerste keer op mij gekropen bent… ik hou van jou!

Snow hey-ho!

Wat zijn Wintersporters eigenlijk idioten. Ik ken persoonlijk geen enkel ander zoogdier dat voor de gedoodverfde “kick” zijn leven op het spel zet met een ratio van één à twee weken per jaar. Een karavaan van auto’s, tot aan de nok volgestouwd met winterjassen, hoofdkussens en pakken cornflakes zijn een vast wederkerend fenomeen op de Franse en Zwitserse snelwegen. De lokale benzinepompbediende lacht in zijn vuistje en denkt wellicht “ils sont foux, quoi?”.  Ja mijnheer, gek, dat zijn ze zeker.

De waanzin begint in feite al bij de voorbereiding. Thermisch ondergoed, een broek waarin hun gat altijd te dik lijkt en een sneeuwbril die zich niets aantrekt van de laatste modevoorschriften. Met opeengeklemde kaken van pijn wurmen ze hun voeten in de marteltuigen genaamd snowboots, waarna deze nog eens aangespannen moeten worden ook. Zo strak mogelijk liefst, tot het bloed wordt afgesneden en blauwe plekken op de wreef en kuiten zich al na drie minuten beginnen te manifesteren. Losse voetjes in losse boots betekenen immers een versplinterde enkel in de eerste bocht. Deze boots verplichten De Wintersporters ook hun plank- of lat-vrije momenten met de elegantie van een geconstipeerde zeebeer door te brengen. Ze waggelen naar de skilift, hobbelig kopen ze nog snel een flesje water voor onderweg en al deinend gaan ze hun noodlot tegemoet.
Op een gemiddelde hoogte van 2500 meter boven de zeespiegel slaakt De Wintersporter nog een laatste oerkreet waarna hij of zij zich met een onheilspellende snelheid naar beneden laat glijden. Ze schuren over ijs, ze missen rotsen op een haartje en zoeven langs dennebomen alsof hun leven hen niet meer lief is. Ze joelen van plezier en willen, oh jawel, “nog een keer”. Na de middag slikken ze hun hart in de keel weg met wansmakelijk non-Inbevbier voor acht euro de halve liter en kwelen ze liedjes mee waar ze zich achteraf zogezegd niets meer van kunnen herinneren. Ze draaien hun “heee-eey baby” (hoeh-hah) van de avond binnen en wankelen, meer van de alcohol dan van de vooreerst genoemde “botinnen”, naar hun veel te kleine en veel te dure appartementje terug. Je moet het hen wel nageven, om 9 uur ’s ochtends staan ze weer gewoon op de piste om het ritueel te herhalen.

Waar halen ze toch telkens dat enthousiasme vandaan? Iedere Wintersporter keert min of meer gewond naar huis terug; hevige zonnebrandwonden, breuken van hart en ledematen, verrokken spieren of een uitgedroogde lever zijn legio na een weekje “puur ontspannen” in de bergen. Een normaal mens vraagt zich af of het dat allemaal wel waard is.

Ik kan jullie verzekeren; dat is het dubbel en dik waard. Op mijn vierde levensjaar leerden mijn ouders me skiën en vanaf mijn vijftiende besloot ik dat het tijd was voor een snowboard. Ieder jaar sta ik in de monsterfiles naar de skigebieden te popelen van ongeduld en kijk ik rijkhalzend uit naar de eerste besneeuwde bergtop. Natuurlijk heb ik ook de nodige blessures vergaard; verstuikte polsen, whiplashes, zelf verschoven ruggenwervels heb ik ervoor over gehad. Niets evenaart immers dat onwaarschijnlijke gevoel van vrijheid wanneer je op een mooie maar ijskoude winterdag door besneeuwde landschappen stuift. Jij en je spieren bepalen de weg, de natuur bepaalt de wijze waarop je die aflegt. Een zwarte piste is een overwinning op jezelf en op de grillige bergkam, een stijle afdaling een adrenalinerush. Er is geen gevoel intenser en daar doet iedere wintersportende zot het voor. En ach, dat bruine kleurtje is ook mooi meegenomen.